|
VRIJDAG 23 JUNI 2017 (km. 18.555)
Iets later dan we hadden gedacht werden we wakker, maar na aankleden en ontbijt zaten we toch iets na half tien in de auto op weg naar Kielder Forest. Helaas moesten we nog wel een keer terug naar de camping omdat ik mijn jas in de tent had laten liggen, maar daarna verliep de reis voorspoedig. Op het eerste parkeerterrein (Tower Knowe) kochten we - wijs geworden na de vorige keer - een dagkaart en na een kopje koffie (of colaatje in het geval van Judith) liepen we even naar de oever van Kielder Water, terwijl een lichte miezer op ons neerdaalde. Nog steeds hadden we een fraai, zij het wat grijs, uitzicht. We reden door naar parkeerterrein Kielder Waterside, waar een squirrel & bird hide was. Squirrels zagen we niet, birds des te meer. Judith en ik haalden ons hart op, terwijl Remco een puzzel deed.
Na lange tijd wisten we ons los te rukken en we liepen terug naar de auto. Buiten het bos bleek het ineens heel hard te regenen, zodat onze lunch wat moeilijk werd - we hadden een los brood bij ons dat nog gesneden moest worden, en los beleg. We reden eerst maar een parkeerplaats verder. Daar leek de regen minder te worden en dus begonnen we aan de lunch, maar helaas bleek de vreugde van korte duur en konden we ietwat verlept verder rijden. Bij Bakethin Weir zagen we geen otters (what else is new?) en dus stopten we maar even bij Kielder Viaduct, want dat was er zeker wel. Het uitzicht vanaf de voormalige spoorbrug was erg mooi en het wandelingetje naar de bird hide ook, al waren daar vrijwel geen birds. Het pad onder het viaduct door bleek ook fraai en de zon ging zelfs schijnen, zodat we opgewekt bij de auto kwamen en naar Kielder Castle reden voor een ijsje. Helaas kwamen we daar om 17.01 aan en waren ze dus al één minuut gesloten… Dan maar de Forest Drive op en we reden de grindweg met mooie uitzichten. Bij de wildlife hide deed Judith de klep naar beneden - skwieieieiek! - en omdat dat nog niet genoeg was, riep ze “HERTJE! HERTJE! HERTJE!” zodat het arme beest de benen nam. Gelukkig hadden we ‘m allemaal gezien. Via slinkse wegen, langs rode patrijzen en goudplevieren, reden we terug naar de camping, waar we kookten en relaxten tot het bedtijd was. |